Doelen stellen

Samen met de cliënt participatiegerichte doelen opstellen
door Laurien Brauner
Een waardevol en passend behandeldoel kan het verschil maken in het succes van de logopedische behandeling. Een doel is waardevol als het gericht is op belangrijke communicatieve situaties uit het dagelijks leven van de persoon. Een doel is passend als het afgestemd is op de behoeftes van de persoon in deze situaties (Baylor & Darling White, 2020; Brauner et al., 2024).
Het opstellen van behandeldoelen vraagt om een zorgvuldige aanpak, sámen met de cliënt en diens omgeving. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de methode MijnCommunicatie-Doelen, die is ontwikkeld voor het gezamenlijk opstellen van doelen voor communicatieve participatie.
Samen doelen opstellen in 4 stappen
Samen met je cliënt doorloop je vier stappen om doelen voor communicatieve participatie op te stellen en te evalueren (Figuur 1). Het is belangrijk om alle vier stappen te doorlopen, maar er is ruimte voor flexibiliteit in de invulling van elke stap.
Het proces van doelen stellen zal per cliënt verschillen, afhankelijk van factoren zoals leeftijd, communicatievaardigheden en de omgeving.
De vier stappen zijn:
1. Doelen voorbereiden
2. Doelen uitdiepen
3. Doelen opstellen
4. Doelen bijhouden (evalueren)
Stap 1: Doelen voorbereiden
Elkaar leren kennen
Neem voldoende tijd om elkaar te leren kennen, als dit nog niet is gebeurd. Gebruik materiaal dat aansluit bij de communicatievaardigheden van de cliënt, zodat de kennismaking prettig en toegankelijk verloopt. Door te investeren in deze relatie, leg je een basis van vertrouwen en verzamel je waardevolle aanknopingspunten voor het formuleren van participatiedoelen. Deze stap is cruciaal om de volgende fasen goed te laten verlopen.
Uitleg over samen doelen stellen
Leg kort uit wat een behandeldoel is, bijvoorbeeld: “Een behandeldoel is een afspraak over wat we willen bereiken in de behandeling.” Benoem dat jullie samen doelen gaan opstellen die aansluiten bij situaties in het dagelijks leven van de cliënt.
Participatiesituaties in kaart brengen
Gebruik geschikte instrumenten om de communicatieve participatie van de cliënt in kaart te brengen. Dit helpt de cliënt om hier bewust en gericht over na te denken, en ondersteunt de logopedist bij de vervolgstappen. Je kunt hiervoor vragenlijsten inzetten, zoals
MijnCommunicatie (MijnCommunicatie-Volwassenen; ter Wal et al., 2024; MijnCommunicatie-Kinderen; Alons et al., 2025) of de Inventarisatie Communicatie in Alledaagse Situaties (ICAS). Of je laat iemand vertellen over zijn week, ondersteund met bijvoorbeeld foto’s, video’s of tekeningen. Je kan hier ook naasten bij betrekken.
Stap 2: Doelen uitdiepen
Overzicht over communicatieve participatie
Pak de ingevulde vragenlijsten, je gegevens uit de intake en het onderzoek, en een leeg vel papier. Vraag de cliënt (en eventueel een naaste) belangrijke participatiesituaties te benoemen en noteer deze bovenaan het vel. Als de client zelf niet goed duidelijk kan maken wat in het dagelijks leven een moeilijke communicatieve situaties zijn, vul dan in samenspraak met de client de lijst aan met jouw kennis over de client in stap 1 en/of je logopedische expertise over veelvoorkomende participatieproblemen binnen de doelgroep.
Inzicht in communicatieve participatie
Help de cliënt om 1 tot 3 situaties te kiezen die jullie verder gaan uitdiepen. Gebruik helpende vragen zoals:
- Waar heb je nu het meeste last van?
- Waar ben je het meest ontevreden over?
- Wat zou je het liefst (weer) kunnen?
Blijf doorvragen totdat je een concreet beeld hebt van de situatie(s): Waar gebeurt het? Met wie? Hoe vaak?
Vervolgens onderzoek je samen welke factoren van invloed zijn. Breng drie categorieën in kaart:
- Communicatievaardigheden: sterke en zwakke kanten in taal, spraak en andere communicatieve vaardigheden.
- Gedachten en gevoelens: bijv. vermoeidheid, spanning, negatieve of positieve gevoelens en gedachtes.
- Omgeving: onderwerp van gesprek, gesprekspartners en fysieke omgeving.
Schrijf of teken mee op het vel papier. Bewaar de aantekeningen en materialen in je dossier én geef deze mee aan de cliënt.
Stap 3 en 4: Doelen opstellen en evalueren
Hoofdoelen formuleren
Leg uit dat jullie nu samen concrete doelen gaan opstellen. Dankzij Stap 2 hebben de cliënt en jij inzicht in 1 tot 3 situaties die de cliënt belangrijk vindt. Formuleer op basis daarvan hoofddoelen in de ik-vorm, zodat ze persoonlijk en motiverend zijn.
Voorbeeld:
Uit stap 2 komen de volgende situaties:
- Wenskaarten schrijven voor familieleden
- Actief meepraten tijdens de maandelijkse vergadering op de volkstuin
De hoofddoelen kunnen zijn:
- Ik schrijf wenskaarten voor mijn familie en vrienden voor verjaardagen en feestdagen.
- Ik praat mee tijdens de maandelijkse vergadering op de volkstuin.
Actiepunten formuleren
Gebruik de inzichten uit Stap 2 over factoren die de situaties beïnvloeden. Formuleer op basis daarvan actiepunten voor de behandeling. Als logopedist geef je hierbij richting vanuit je expertise.
Voorbeeld:
Uit Stap 2 blijkt dat de cliënt negatieve gedachten heeft zodra zij iets wil zeggen tijdens de vergadering. Ook geven andere deelnemers haar niet actief de beurt. Actiepunten kunnen zijn:
- Werken aan positieve gedachtes over eigen bijdrage.
- Samen met de cliënt en haar omgeving een strategie ontwikkelen, zodat zij bij elk onderwerp de beurt krijgt.
Hoofddoelen evalueren
Schrijf de hoofddoelen op en teken per doel een VAS (0 tot 10), eventueel met smileys. Vraag de cliënt om aan te geven hoe tevreden zij/hij op dit moment is met het doel. Kies samen een moment om de VAS-meting te herhalen.
Bovenstaande methode helpt je om doelen op participatieniveau gestructureerd te formuleren en te evalueren.





