Betrekken van naasten

Dyadische coping: systeemgeïntegreerd revalideren bij afasie
door Line Atsma
Taal is een essentieel instrument voor menselijke interactie. Het stelt mensen in staat om gedachten, gevoelens en ervaringen te delen, betekenis te geven aan gebeurtenissen en relaties op te bouwen. De beperkingen vanmensen met afasie beïnvloeden niet alleen de communicatie, maar ook het gevoel van identiteit en de mogelijkheid tot sociale participatie. Dat kan leiden tot een gevoel van vervreemding, machteloosheid en verlies van autonomie. Een social isolement kan het gevolg zijn omdat mensen met afasie niet meer op dezelfde manier als voorheen kunnen deelnemen aan gesprekken of hun emoties kunnen uiten. Dit vergroot de kans op psychologische problemen zoals angst, depressie en een negatief zelfbeeld (Northcott et al., 2024; Kristo et al., 2022; Morris et al., 2017; Arnesveen Bronken, 2012).
Uit de klinische praktijk blijkt dat het belangrijk is dat logopedie zich niet uitsluitend richt op het herstellen van taal, maar ook op het ondersteunen van sociale integratie en het verbeteren van de kwaliteit van leven. Emotionele en psychosociale factoren beïnvloeden immers in sterke mate het herstelproces, de motivatie voor revalidatie en de manier waarop iemand zich aanpast aan het leven met afasie.
De beleving van communicatie en de rol van gesprekspartners
Mensen met afasie beschikken vaak over minder middelen om zich uit te drukken. Ze proberen zich aan te passen door langzamer te spreken, zich sterker te concentreren of juist sneller te communiceren om hun boodschap over te brengen. Deze inspanningen worden echter niet altijd herkend of gewaardeerd. Als gesprekspartners ongeduldig, ongeïnteresseerd of zelfs respectloos reageren, kan dit het psychosociaal welzijn van de mensen met afasie ondermijnen (Northcott et al., 2016; Arnesveen-Bronken, 2012; Northcott & Hilari, 2011). Tegelijkertijd kunnen mensen met afasie zich steeds verder terugtrekken uit sociale interacties doordat ze zich niet begrepen worden. Dit heeft niet alleen gevolgen voor hun sociale leven, maar ook voor hun motivatie om te revalideren. Zelfs wanneer het taalherstel in een klinische setting goed verloopt, kan het ontbreken van sociale steun en begrip leiden tot stagnatie in het herstelproces (Luker et al., 2017; Howe et al., 2012).
Dyadische coping als sleutel tot gedeeld herstel
In deze context wordt het belang van dyadische coping duidelijk. Dyadische coping duidt op de manier waarop partners of naasten gezamenlijk omgaan met stress (Bodemann, 2005). Afasie legt vaak een zware druk op relaties. Partners of nabije naasten kunnen zich gefrustreerd of machteloos voelen, omdat dagelijkse gesprekken en het delen van emoties niet meer vanzelfsprekend verlopen. Dit kan leiden tot misverstanden, emotionele afstand en het verlies van de spontane interactie die relaties voedt.
Dyadische coping biedt een manier om deze uitdagingen samen aan te gaan. Daarin werken de persoon met afasie en zijn of haar naaste samen aan het omgaan met communicatieproblemen. Voor logopedisten betekent dit dat zij niet alleen de persoon met afasie begeleiden, maar ook diens naaste actief betrekken bij het behandelproces. Door samen communicatiestrategieën te ontwikkelen, kunnen naasten praktische oplossingen vinden die voor beiden werken. Door te werken aan beiderzijds ondersteuning en begrip voor elkaars ervaringen, het samen werken aan oplossingen en door emotioneel samen te werken. In dat laatste geval delen de persoon met afasie en zijn naaste gevoelens en steunen elkaar emotioneel. Dit versterkt de onderlinge band en verhoogt de effectiviteit van de behandeling.
Uit de praktijk blijkt dat als de naaste actief betrokken is bij het herstelproces:
- de persoon met afasie zich gesteund voelt en minder alleen.
- naasten samen met de persoon met afasie nieuwe manieren van communiceren ontdekken.
- het zelfvertrouwen vergroot en frustratie verminderd.
- de relatie versterkt, ondanks de obstakels.
Dyadische coping helpt beide naasten om zich minder machteloos te voelen en bevordert het gevoel dat zij samen de uitdagingen van afasie aankunnen (Acitelli & Badr, 2005).
De rol van de logopedist in het versterken van relaties
Logopedie richt zich traditioneel op het verbeteren van concrete taalvaardigheden. Hoewel dit essentieel is, bestaat het risico dat de behandeling een te smal perspectief krijgt. Voor het onderhouden van relaties is het belangrijk om ruimte te maken voor persoonlijke verhalen, emoties en betekenisgeving. Hierin kan de logopedist een belangrijke rol spelen als facilitator van verbinding (Northcott et al., 2016; Arnesveen-Bronken, 2012). De logopedist kan bijvoorbeeld vragen naar voorbeelden van verhalen, emoties en deze op een betekenisvolle manier uitdiepen met de persoon met afasie en zijn naaste.
Een belangrijke valkuil is dat de logopedist de primaire gesprekspartner van de persoon met afasie wordt, in plaats van de partner of andere naasten. Dit kan leiden tot afhankelijkheid en een verminderd zelfvertrouwen in het aangaan van gesprekken met anderen. Het is daarom van belang dat logopedisten de persoon met afasie stimuleren om zelf het gesprek aan te gaan met hun omgeving, en dat zij ruimte creëren voor interactie met belangrijke anderen.
Effectieve interventies kunnen zich richten op:
- Het versterken van vertrouwen en binding binnen relaties.
- Het ondersteunen bij het delen van levensverhalen.
- Het oefenen van echte gesprekken met naasten.
- Het herstellen van rollen binnen relaties, zodat de partner of nabije naaste weer als primaire gesprekspartner fungeert.
Praktisch kan de logopedist systeemgerichte vragen stellen en de persoon met afasie en diens naaste meer in wij-taal te laten spreken dan in ‘ik-‘, ‘jij-‘, of ‘hij/zij-taal’. De logopedist vraag bijvoorbeeld: als de een de ander niet begrijpt, hoe lossen jullie dat op? De vraag wordt tegelijkertijd aan zowel de persoon met afasie als de naaste gesteld. Als de persoon met afasie en de naaste spreken in ‘wij-taal’ spreken, dan bevordert dit verbinding en geluk[LA1] . Wanneer de setting het toelaat is hierbij een interprofessionele benadering, samen met bijvoorbeeld de maatschappelijk werker en/of de psycholoog, aan te raden. Door deze bredere benadering wordt logopedie niet alleen een middel tot taalherstel, maar ook een krachtig instrument voor relationele heling en sociale re-integratie.
Referenties
- Acitelli, L. K., & Badr, H. J. (2005). My illness or our illness? Paying attention to the relationship when a partner is ill. In T. A. Revenson, K. Kayser, & G. Bodenmann (Eds.), Couples coping with stress: Emerging perspectives on dyadic coping (pp. 121–136). American Psychological Association.
- Arnesveen Bronken, B., Kirkevold, M., Martinsen, R., Bruun Wyller, T., & Kvigne, K. (2012). Psychosocial Well-being in Persons with Aphasia Participating in a Nursing Intervention after Stroke. Nursing Research and Practice, 1–11.
- Bodenmann, G. (2005). Dyadic Coping and Its significance for marital functioning. In T.A. Revenson, K. Kayser & G. Bodenmann (eds.), Couples with stress: emerging perspectives on dyadic coping (pp 33-49). American Psychological Association.
- Howe, T., Worrall, L., & Hickson, L. (2012). You need to rehab families as well: family members’ own goals for aphasia rehabilitation. International Journal of Language & Communication Disorders, 47(5), 511–521.
- Kristo, I., & Mowll, J. (2022). Voicing the perspectives of stroke survivors with aphasia: A rapid evidence review of post-stroke mental health, screening practices and lived experiences. Health & Social Care in the Community, 30(4), 898–908.
- Morris, R., et al. (2017). Prevalence of anxiety in people with aphasia after stroke. Aphasiology, 31(12), 1410–1415.
- Northcott, S., Baker, C., Thomas, S., Iddon, J., James, K., & Hilari, K. (2024). Wellbeing in stroke and aphasia (WISA): Protocol for a feasibility study setting up an accessible service offering psychological therapy to people with post-stroke aphasia. Discover Psychology, 4(107).
- Northcott, S., Marshall, J., & Hilari, K. (2016). What factors predict who will have a strong social network following a stroke? International Journal of Language & Communication Disorders, 51(4), 772–783.
- Northcott, S., Simpson, A., Moss, B., Ahmed, N., & Hilari, K. (2016). How do speech-and-language therapists address the psychosocial well-being of people with aphasia? Results of a UK online survey. International Journal of Language & Communication Disorders, 52(3), 356–373.
- Northcott, S., & Hilari, K. (2011). Why do people lose their friends after a stroke? International Journal of Language & Communication Disorders, 46(5), 524–534.
- Kluwer, E., & Finkenauer, C. (2013). Personal Relationships and Health. In J. A. Simpson & L. Campbell (Eds.), The Oxford Handbook of Close Relationships (pp. 450–472). Oxford University Press.
- White, M., & Epston, D. (1990). Narrative therapy: The social construction of preferred lives. Norton & Company.





