Imposter-syndroom
Toen ik vroeger mijn werk deed, was ik niet zozeer met een imposter-syndroom bezig. Ik vond dat ik het een ander best wel goed deed. Ik deed mijn ding. Vroeger waren dat communicatiedingen en later was ik in de data en later bij het UMCG zelfs kunstmatige intelligentie (AI). Daar kwam mijn weinig weten van AI me juist wel van pas. Trouwens niemand wist veel van AI en het ging veel om communicatie. Uitleggen wat AI was. Daar was ik juist sterk in.
Maar hoe kom je dan op het imposter-syndroom, hoor ik jullie denken? Ik reed naar het UMCG en toen hoorde ik het op de radio. Aha dat toen vielen het kwartje op zijn plaats. Want het imposter-syndroom is een “psychologisch fenomeen waarbij iemand ondanks successen het hardnekkige gevoel heeft een bedrieger te zijn die op het punt staat ontmaskerd te worden. Het syndroom wordt ook wel het bedriegers- of oplichterssyndroom genoemd, en kan leiden tot veel zelftwijfel, angst voor falen en het toeschrijven van successen aan geluk in plaats van aan eigen vaardigheden.”
- Ai -
Potverdikkie daar zit ik middenin! Zoals jullie weten ben ik inmiddels communicatieadviseur. Een vak wat ik 20 jaar heb gedaan. Ik dacht dat ik dat wel zou beheersen, maar no way. Tenminste ik beheers het wel maar ik voel dat niet zelf. Elke keer dat ik een opdracht doe, dan zit half zenuwachtig naar mijn bazen en collega’s te kijken. Vinden ze het leuk, goed, aardig? En meestal valt het reuze mee. Goed, goed ik doe het wel langzamer maar ik tik ook maar met een hand -de linker: mind you- en mijn hoofd wil niet acht dingen tegelijk maar één. Het is best vermoeiend werken zo. Maar je het is wat het is zeg altijd maar. Volgens mij doe ik de goede dingen. Of, toch, niet. Aaah het imposter-syndroom. Maar er is één voordeel van het imposter-syndroom. Want als mijn collega of bazen het daadwerkelijk goedvinden dan mag ik een feestje vieren van mezelf. Kijk, dat is nog een voordeel van mijn herseninfarct ik vier elke dag feest!















