Behandeling
In de chronische fase komen doelen activiteiten en participatieniveau op de voorgrond te staan. Passend behandelmateriaal bijvoorbeeld gericht op het voeren van een gesprek of het lezen van de krant is helpend om de doelen te behalen.
Het behandelmateriaal dat is opgenomen in de Leidraad geeft suggesties voor de behandeling van mensen met afasie maar ook voor naasten. Daarnaast is een uitgebreid Communicatieadvies toegevoegd dat individueel kan worden afgestemd op elke persoon met afasie.

Communicatieadvies
Een communicatieadvies voor naasten van mensen met afasie is bedoeld om de dagelijkse communicatie te ondersteunen en te verbeteren. Het advies bevat praktische handvatten die afgestemd zijn op de mogelijkheden en behoeften van de persoon met afasie én zijn of haar omgeving. Door de naasten te begeleiden bij het begrijpen en toepassen van deze adviezen, zal er meer vertrouwen en geduld ontstaan wat de communicatie ten goede komt.
Bij het bespreken van het communicatieadvies is het belangrijk om:
- Aan te sluiten bij het niveau en de emotionele situatie van de naaste. Afasie heeft vaak ook een grote impact op partners en familieleden.
- Voorbeelden uit de praktijk te gebruiken. Laat zien aan naasten hoe strategieën, zoals het gebruik van gebaren, sleutelwoorden of geschreven ondersteuning, in hun dagelijkse gesprekken kunnen werken. Laat hen meekijken tijdens de behadeling.
- Stapsgewijs te werken. Overvraag de naasten niet; kleine, haalbare aanpassingen zijn effectiever.
- Samen te evalueren.
Bespreek wat goed gaat en waar zij nog tegenaan lopen. Train vooral dat wat goed werkt.
Onderstaande teksten zijn voorbeelden. Het is de bedoeling het communicatieadvies zorgvuldig af te stemmen op de situatie van de gesprekspartner, dan wel de persoon met afasie. Dat betekent dat slechts enkele adviezen tegelijk worden gegeven.
Voor de gesprekspartners
Inleiding
Na een het hersenletsel heeft uw vrouw/moeder/... moeite met het begrijpen/uiten in verband met een lichte-matig-ernstige afasie, een lichte-matige-ernstige spraakapraxie en lichte-matige-ernstige cognitieve stoornissen.
- De afasie uit zich in problemen met het spreken/het begrijpen van gesproken taal/het lezen/het schrijven.
- Wees hier expliciet over welke problemen op de voorgrond staan b.v. Er is sprake van lichte-matige-ernstige woordvindproblemen. Het lezen van eenvoudige woorden is mogelijk.
- De spraakapraxie uit zich door spanning in het gezicht tijdens spreken en het moeilijk uitspreken van bepaalde klanken.
- De cognitieve stoornissen uiten zich in lichte-matige-ernstige mentale traagheid, waardoor ze/hij meer tijd nodig heeft om gesproken en geschreven informatie te verwerken.
- Wees hier expliciet over welke problemen op de voorgrond staan b.v. mevrouw blijft soms een woord herhalen dat eerder gezegd is, terwijl ze dit woord op het huidige moment niet wil zeggen.
Ondanks deze adviezen kan het alsnog regelmatig voorkomen dat je elkaar niet begrijpt en er misverstanden ontstaan. Geef dit aan. Het is beter eerlijk te zijn dan te doen alsof. Bedenk ook dat contact hebben meer is dan praten. Samen dingen doen zorgt ook voor verbinding.
Randvoorwaarden
Zorg voor een rustige omgeving (bijvoorbeeld radio/tv uit, niet te veel mensen).
- Controleer zo nodig of het hoortoestel gedragen wordt.
- Kijk de persoon aan wanneer je spreekt, zorg voor voldoende licht.
- Geeft voldoende tijd voor de persoon met afasie om te reageren. Het is geen probleem wanneer het gesprek even stilvalt.
- Betrek hem/haar in gesprekken, ook als het moeilijk gaat.
- Corrigeer niet te veel; focus op de boodschap, niet op de fouten.
Houd rekening met factoren die de communicatie kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld:
- tijdsdruk
- vermoeidheid
- gemoedstoestand
- ziekte-inzicht
Beter begrijpen
Zo kunt u
naam cliënt
helpen zodat zij/hij u beter begrijpt.
- Neem voldoende de tijd voor een gesprek;
- Introduceer het onderwerp waar u het over wilt hebben;
- Spreek in korte zinnen;
- Spreek in een rustig tempo en niet op een kinderlijke toon;
- Benadruk de belangrijkste woorden en plaats deze aan het einde van de zin;
- Controleer of de boodschap goed is overgekomen. Let hierbij op de mimiek en reactie;
- Schrijf eventueel de belangrijkste woorden op;
- Gebruik intonatie en mimiek om uw boodschap kracht bij te zetten;
- Gebruik natuurlijke gebaren om het gesprek te ondersteunen (denk bv. aan het algemene gebaar voor ‘drinken’);
- Ondersteun wat gezegd wordt met aanwijzen;
- Gebruik zo mogelijk afbeeldingen of foto’s om uw boodschap te verduidelijken;
- Ga niet roepen of harder praten; dat is niet nodig en soms zelfs hinderlijk;
- Wissel niet te snel van onderwerp; rond het eerste onderwerp af, voordat u met het nieuwe onderwerp komt (“zo, en nu wil ik het over iets anders hebben”);
- Vat na afloop samen wat u heeft verteld.
Beter uiten
Zo kunt u
naam cliënt
helpen zodat hij/zij zich beter kan uiten.
- Neem voldoende de tijd voor een gesprek. Iemand met afasie heeft vaak meer tijd nodig om iets duidelijk te maken: heb dus geduld en begin niet al te snel met gissen. Tenzij te persoon om hulp vraagt.
- Als degene met afasie niet op het juiste woord kan komen, vraag hem het bedoelde te omschrijven. Help door vragen te stellen zoals: Wat kun je ermee doen? Hoe ziet het eruit? Waar gebruik je het?
- Stel gesloten vragen (het antwoord is ja of nee), bijvoorbeeld: niet: “Wat wil je drinken?” maar wel: “Wil je koffie?”, “Wil je thee?”
- Geef keuze uit twee (geschreven) opties
- Vraag of de PMA het bedoelde kan aanwijzen
- Vraag of de PMA het bedoelde kan opschrijven. Als een heel woord niet lukt, kan ook alleen de eerste letter helpen om de persoon te begrijpen
- Vraag of de PMA van het bedoelde een tekening kan maken
- Vraag de PMA om een gebaar te maken
- Let niet alleen op wat iemand zégt, maar ook op gebaren, intonatie, mimiek en lichaamstaal: die spreken soms boekdelen.
- Pas in een gesprek het “trechteren” toe. Stel de vragen van globaal naar steeds specifieker. Bijvoorbeeld: “Gaat het over een persoon? Man – Vrouw? Familie – of Verpleging/Behandelaar?”
- Vermijd afmaken van zinnen — tenzij de persoon daar zelf om vraagt.
- Wanneer u er niet uitkomt; geef dit eerlijk aan en probeer het later nog eens.
- Wanneer u weinig tijd hebt; vraag dan of het belangrijk is op dit moment of dat u er later nog eens op terug mag komen. Vergeet niet hier later dan ook daadwerkelijk tijd voor te maken.
- Het kan frustrerend zijn als de persoon met afasie iets niet goed duidelijk kan maken. Toon begrip.
Voor de persoon met afasie
- Geef uzelf tijd om op het woord te komen. Lukt dit niet dan probeer het op een andere manier.
- Geef aan wat u wel van een woord weet, bijvoorbeeld de eerste klank of letter, of op welk ander woord het lijkt.
- Leg uit wat u bedoelt (omschrijving)
- Kies een ander woord met dezelfde betekenis (synoniem)
- Probeer de woorden die u wilt zeggen op te schrijven
- Spreek de woorden hardop lettergreep voor lettergreep uit.
- Zeg alle klanken hardop en schrijf/typ de bijbehorende letter.
- Controleer de woorden door ze hardop terug te lezen.
- Maak gebruik van de meedenkfunctie in het softwareprogramma Word.
- Communicatie op afstand: (video)bel of stuur een gesproken bericht via bijvoorbeeld WhatsApp.
- Maak gebruik van softwareprogramma's die geschikt zijn voor mensen met dyslexie.
- Maak gebruik van de spraak-naar-tekst functie op WhatsApp.
Verdiepende thema’s
Behandeling bij afasie gaat verder dan het trainen van taalvaardigheden alleen en vraagt om afstemming op de brede context van de persoon. Aandacht voor veranderde identiteit is belangrijk, omdat afasie invloed heeft op zelfbeeld, rollen en eigenwaarde, wat de motivatie en betrokkenheid bij de behandeling sterk bepaalt. Het gebruik van AI kan behandeling ondersteunen en verrijken, bijvoorbeeld door oefenmogelijkheden op maat en het vergroten van zelfregie, mits dit zorgvuldig en passend wordt ingezet. Het betrekken van naasten is cruciaal omdat communicatie altijd relationeel is; naasten spelen een belangrijke rol in het dagelijks toepassen van behandelstrategieën en in emotionele steun. Tot slot is rekening houden met co-morbiditeit van belang, omdat bijkomende cognitieve, fysieke of psychische problemen direct invloed hebben op belastbaarheid, leerbaarheid en haalbare behandeldoelen.





